De toename van extreme weersomstandigheden maakt het noodzakelijk dat agrarische teeltsystemen veerkrachtiger moeten worden. Tegelijkertijd neemt ook de druk op de agrarische sector toe om, naast voedingsmiddelen, agro-ecosysteemdiensten te leveren.

Agro-ecosysteemdiensten zijn, in het kort, agrarische diensten waarbij gebruik wordt gemaakt van de basisfuncties van de natuur. Daarbij kan onder meer gedacht worden aan wateropslag, schoon drinkwater, biodiversiteit, bodemkwaliteit, in standhouden van bodemvruchtbaarheid, bestuiving door insecten en koolstofvastlegging. Hoewel het zowel in het algemeen belang is als voor dat van de agrarische sectoren dat deze diensten worden verleend, is het in de praktijk zo dat de diensten vaak als vanzelfsprekend worden aangenomen. De algemene gedachte is dat de agrarische sector deze diensten veilig uitvoert en bewaakt. Door de toenemende druk op de voedselvoorzieningsketen zijn boeren steeds minder in staat om deze ecosysteemdiensten te leveren. Een enkele EU-subsidie daargelaten worden boeren niet betaald voor agro-ecosysteemdiensten. Tegelijkertijd hebben overheden te kampen met aanzienlijke uitgaven ter compensatie wanneer diensten niet geleverd worden. Dat kan gaan om extra kosten om water te zuiveren, wateropslag, het voorkomen van erosie of het herstellen van de biodiversiteit.

Onderzoek van WUR naar strokenteelt
Het project ‘strokenteelt’, zoals gestart door Wageningen University & Research (WUR), heeft als doel een praktisch model te ontwikkelen voor strokenteelt als onderdeel van een onderzoek naar innovatieve veerkrachtige landbouwsystemen. Bejo steunt dit onderzoeksproject actief om in een zo vroeg mogelijk stadium in te kunnen spelen op nieuwe vormen van duurzame landbouw. Tijdens een interview met Dirk van Apeldoorn, docent onderzoeker bij WUR en projectleider voor het strokenteelt-project, werd het duidelijk dat biodiversiteit en interacties binnen en tussen gewassen het fundament vormen van dit onderzoeksproject. Het onderzoek concentreert zich op het vinden van win-win combinaties van planten, die kunnen worden geteeld in de meest geschikte strokenteelt-systemen. Dit omvat onder andere onderzoek naar optimale strokenteelt met proeven op verschillende stroken met breedtes van 6, 12 en 24 meter. In Wageningen en Lelystad worden vier gewascombinaties onderzocht: kool en tarwe, wortel en ui, aardappel en gras en suikerbiet en gerst.

Veelbelovende resultaten
Volgens Van Apeldoorn zijn de resultaten van de proef veelbelovend. Hij schat naar aanleiding van de 4 jaar praktijkresultaten in, dat het goed mogelijk moet zijn om via strokenteelt oogstresultaten te behalen die vergelijkbaar zijn met die van percelen met monocultuur op grote schaal. Tevens zou het, wanneer de juiste combinatie van gewassen wordt toegepast, mogelijk moeten zijn om bijkomende voordelen te behalen op het gebied van ongediertebestrijding en de onderdrukking van schimmelziekten. Vanzelfsprekend vereist strokenteelt een aangepaste veldplanning en is er een aantal praktische losse eindjes (zoals het gebruik van bovengrondse irrigatie) dat nog dient te worden opgelost.

Verhoog de veerkracht tegen klimaatverandering…
De genoemde punten brengen een nog sterker argument naar voren voor het gebruik van strokenteelt door de agrarische sector: de bescherming tegen extreme weersomstandigheden en het verhogen van de veerkracht tegen klimaatverandering. Ieder jaar kijken telers nadat zij wortel, ui of biet gezaaid hebben dagelijks nerveus naar het weerbericht. Grote regenstormen, sterke winden of extreme droogte: het zijn stuk voor stuk omstandigheden die een desastreus effect hebben op de kieming van het zaad. Door de klimaatverandering zullen deze extreme omstandigheden hoogstwaarschijnlijk vaker voorkomen. Het verdelen van gewassen over verschillende velden zorgt hoe dan ook voor lagere risico’s; zo dienen gecultiveerde stroken als kleine windbrekers en zorgen de verschillende eisen van de stroken voor een buffer bij natte en droge omstandigheden.

… en leg natuurlijke barrières tegen ziektes aan
Strokenteelt biedt verder grote voordelen wanneer het gaat om het reguleren van ziektes of schimmels als Phytophthora in aardappel, of meeldauw in ui. De strook dient als een vorm van ‘social distancing’ voor gewassen en beperkt een besmetting tot de plek waarop deze binnendringt. Zelfs wanneer resistente rassen worden gebruikt is het in het gezamenlijk belang van alle boeren om infecties op grote schaal op hun boerderij te voorkomen en te vermijden. Dit is de enige manier om de resistente karaktereigenschappen in deze rassen zo lang mogelijk te laten functioneren!

Van Apeldoorn verwacht dat strokenteelt uiteindelijk omarmd zal worden door de agrarische sector en dat dit zal leiden tot een bredere rotatie van gewassen.

Voor meer informatie: www.wur.nl/strokenteelt

Biodiversiteit en de interactie tussen planten vormen het fundament.

Dirk van Apeldoorn, Projectleider