Onderstaand artikel is gepubliceerd in het Noordhollands Dagblad van 20 mei 2020, in het kader van wereldbijendag.

 

Bijenvolken van Bejo, het internationale groentezaadveredelingsbedrijf in Warmenhuizen, doen het opmerkelijk goed op terreinen van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK).

Waar de wintersterfte normaal gesproken rond de zes procent zit, is er vrijwel geen uitval in onze bijenkasten op de waterzuiveringen van HHNK”, stelt Erik Konijn (54) uit Limmen verheugd vast. Hij is een van de vier vaste bedrijfsimkers van Bejo in Nederland, dat in totaal ongeveer 1800 medewerkers in dertig landen heeft, waarvan circa 625 in Nederland. De zaadveredelaar en het waterschap werken sinds twee jaar nauw samen. In ruil voor het beheer, maaien van het terrein van HHNK en inzaaien van bloemrijke mengsels krijgt Bejo ruimte om bijenkasten op te stellen. Dat begon twee jaar geleden met veertig exemplaren bij de zuivering Geestmerambacht en is in 2019 uitgebreid met nog eens veertig kasten in Alkmaar en in 2020 met tien kasten bij De Stolpen.

Tegenprestatie
„Als tegenprestatie voor het gebruik van onze terreinen zorgt Bejo ervoor dat wij een bijdrage kunnen leveren aan de biodiversiteit (instandhouding van variatie in flora- en faunasoorten; red.) in ons werkgebied”, stelt Klaas Jan de Hart, clusterhoofd assetmanagement bij HHNK. Hij gaat onder meer over beheer, onderhoud en technische bedrijfsmiddelen. „Bijen zijn vanwege de bestuiving uitermate belangrijk voor de natuur en voedselketen. Wij stellen hoekjes van ons terrein beschikbaar als een soort verbindingszones voor wilde - en honingbijen. Het zijn mooie, rustige en veilige plekken achter het hek, waar bijen kunnen leven en aansterken. Er komt niemand in de buurt en nee: wij hebben zelf nog geen steekincidenten meegemaakt.” De ’B-deal’, zoals de bijenafspraak bij Bejo en HHNK in de wandelgangen wordt genoemd, is voor de zaadveredelaar een uitkomst, stelt Konijn. „Onze bestuivertjes - in dit geval zo’n 2,7 miljoen, er zitten er gemiddeld 30.000 in een kast - zijn van zeer groot belang voor in de kassen. Daar zetten we ze in voor bevruchting van de groentegewassen. Gekscherend noemen we ze ook wel eens onze beste medewerkers”, zegt hij met een knipoog. Wereldwijd heeft Bejo tienduizend bijenvolken en diverse imkers in Nederland, maar ook in Frankrijk, Australië, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten. „Toen het waterschap met dit initiatief kwam en ons benaderde of zij iets voor ons kon betekenen, waren we dolblij. Wij zijn altijd op zoek naar geschikte locaties om een bijvriendelijke omgeving te kunnen creëren. Hoe meer spreiding, des te beter. Het is ook risicospreiding. Mochten er dingen misgaan, je krijgt bijvoorbeeld toch te maken met natuurlijke vijanden als de varroamijt, dan heb je altijd back-up. De waterschapsterreinen zijn met hun bloemen,heesters en bomen bovendien vaak hele mooie, veelbelovende plekken.Eigenlijk A-locaties.”

Door bloemenmixen in te zaaien, ontstaat volgens de expert een diversiteit aan stuifmeel, waardoor bijenvolken gezonder en sterker worden. „We doen als Bejo ook mee aan internationaal onderzoek en selectieprogramma’s, kweken onze eigen koninginnen voor jonge bijenvolken.” Honing voor verkoop maken de Bejobijen niet. „Ze hebben alles zelf nodig, eten de hele voorraad op”, weet Konijn. „Sterker, in tijden van schraalte moeten we bijvoeren met siroop.” De ervaringen zijn wederzijds zo positief dat niet is uitgesloten dat Bejo nog meer ruimte voor bijenkasten op waterschapsterrein krijgt. „De vraag is nog niet gesteld, maar we hebben ruimte genoeg”, aldus De Hart. „We hebben in totaal vijftien zuiveringen, daar is altijd wel plek te vinden.”

Auteur: Martijn Gijsbertsen
Uit: Noordhollands Dagblad/Alkmaarsche Courant