Het aspergeseizoen 2018 was voor velen een absurd seizoen. Zowel prijstechnisch als teelttechnisch werd u als teler bijzonder op de proef gesteld. Terugkijken om een juiste toekomstplanning te maken is vaak lastig, maar misschien juist nu wel noodzakelijk. In dit artikel willen we u graag meenemen naar zowel de afzetkant als de teelttechnische kant en kijken we naar de toekomst.

Maurice Deben

Aanbod in extreme piek

Eerst de feiten waar we niet omheen kunnen. De start van het asperge seizoen begon in Zuid- en Midden-Europa door regen en koude op veel plekken extreem veel later dan gemiddeld. In Noord-Europa was het ook koud met een late vorst in maart. De start van de mini-tunnels was rond 8-9 april in Nederland, waarbij het langjarig gemiddelde rond begin april ligt. Vanaf half april stegen de temperaturen naar zomerse waarden. Deze cocktail van een late kou in maart (extra afbraak van suikers, waardoor de aspergeplant explosiever kan produceren) en de zomerse temperaturen in de lente zorgden voor een flinke aanvoerproductie. Tel daarbij op dat het zuiden en midden van Europa juist veel later op de markt kwamen, waardoor we grote delen van het seizoen gelijktijdig aan het produceren waren. Doordat de zomerse waarden vanaf half april aanhielden met maandgemiddelden van bijna 4 graden warmer in zowel april als mei, was het aanbod enorm aan het pieken. Zoals bij veel producten kan de markt een overaanbod moeilijk verdragen, met een negatieve prijszetting tot gevolg. Ook een veel gehoord argument is dat het areaal te groot is. En ja, als de export er niet is omdat de landen waar we normaal naar exporteren zelf genoeg hebben en andere landen later op markt zitten en ook nog steeds proberen te exporteren, dan hebben we een te groot areaal. Alleen is het de vraag of dat structureel is of een uitzondering.

Teeltseizoen extreem droog

Ook het teeltseizoen was er een van extremen. Door de enorme hitte en droogte werden de gewassen op de proef gesteld. Neerslagtekorten die opliepen tot 300 mm...! Beregenen, beregenen en nog eens beregenen was het antwoord om de gewassen op gang te houden. Een voordeel was er ook want het was een makkelijk jaar voor bladziekten, maar een extreem jaar met beregenen waarbij de capaciteiten enorm op de proef gesteld werden. Bedenk daarbij dat wij in vele gevallen kunnen beregenen en daarop ingesteld zijn. Dat is in de ons omringende landen wel anders. Dus de vraag geldt zowel voor ons als voor hen: hebben we niet genoeg kunnen beregenen, hoeveel kilo's ga ik dan volgend jaar oogsten van die percelen om ze niet te oversteken?

Niet aanplanten of juist wel?

Na een prijstechnisch moeilijk seizoen is de verleiding om maar eens een jaar niet aan te planten misschien groot om het verlies op te vangen. Maar is dat een juiste beslissing? Zet de rendementen per perceel eens duidelijk op een rij. Is dat ene perceel van 8 jaar oud nog wel zo verstandig om nóg een jaar door te trekken? Of moet ik dat perceel van 4 jaar oud wat het eigenlijk nog nooit lekker gedaan heeft eigenlijk wel laten staan? Een toekomstbestendig aspergebedrijf heeft percelen van gemiddeld 3 tot 4 jaar oud in zijn teeltplan. Dan zit je gemiddeld goed in de combinatie van netto kilo’s en kwaliteit, dat is een gegeven. Dus misschien is het voor uw bedrijf juist beter om een paar mindere en oudere percelen om te doen en nieuwe aan te planten. Dat is geen uitbreiding, maar een verstandige keuze om toekomstbestendig te zijn. Want dat hebben we in de afgelopen jaren zeker gezien: voor kwaliteit is altijd een gezonde afnemer te vinden en klasse 2 kost vaker meer dan het opbrengt.

Na een prijstechnisch moeilijk seizoen is de verleiding om maar eens een jaar niet aan te planten misschien groot om het verlies op te vangen. Maar is dat een juiste beslissing? Zet de rendementen per perceel eens duidelijk op een rij.

Maurice Deben - gewasspecialist asperge