Bejo organiseerde vrijdag 14 december op het hoofdkantoor in Warmenhuizen een ochtend speciaal voor de koolteler. Met ruim 120 bezoekers was de opkomst uitstekend. Brassica specialist Ronald Hand opende het programma. Hij introduceerde de nieuwe generatie koolrassen van Bejo met maar liefst vijf nieuwe rassen in diverse segmenten. Gastspreker was Chris van Laarhoven, een ervaren teeltadviseur uit het zuiden van het land. Hij gaf nieuwe inzichten in de relatie tussen bemesting en tripsbeheersing. Na de presentatie was er de mogelijkheid om het rassenassortiment sluitkool van Bejo te bezichtigen.

Nieuwe generatie rassen

Kooltelers ervaren uitdagingen op het gebied van voldoende arbeid, trips en handel.  Hand: ‘De nieuwe generatie rassen laat een goede houdbaarheid op het veld zien. Ook snijden en schonen ze gemakkelijk. Onze nieuwe rassen zijn daarnaast sterker op trips.’ Ter ondersteuning van de rassenkeuze liet Bejo naast de introducties ook bewezen allrounders zien, geteeld onder verschillende plantdichtheden. Opvallend was de kwaliteit en uniformiteit van de nieuwe rode kool, Davaro. Davaro kan ingezet worden vroeg in het teeltschema na de Omero maar is ook geschikt voor de najaarsteelt. In het vroege segment introduceerde Bejo met de Bejo 3270 ook een nieuwe deen. ‘Al een aantal jaar laat dit nummer een goede veldhoudbaarheid zien. Met zijn groeidagen zit hij tussen de Perfecta en Cyclone, een mooie aanvulling op het assortiment. De Bejo 3270 is net zo productief als de genoemde rassen en heeft een korte pit. Dat maakt het ras erg geschikt voor zowel versmarkt als snijderij’. Voor de lange bewaring introduceert Bejo twee nieuwe denen, de Zacapa en de Bejo 3268. Beide rassen blijven mooi donker groen in de bewaring en zijn sterk op trips. Voor zuurkooldoeleinden is een nieuw vroeg nummer ontwikkeld met de voorlopige naam Bejo 3271.

Relatie bodem en trips

Gastspreker Chris van Laarhoven is reeds 12 jaar zelfstandig adviseur bodem- en bemesting en denkt in zijn dagelijks werk mee met telers over beheersing van ziektes en plagen. De centrale vraag van zijn inleiding:  welke rol spelen bemesting, vochthuishouding en natuurlijke vijanden op de hoeveelheid tripsaantasting? Van Laarhoven: ‘Het lijkt er op dat de tripsproblematiek ieder jaar toeneemt. Ik zie een duidelijk verband met nutrientopname en de hoeveelheid tripsaantasting. Deze heb ik proberen te onderbouwen. Een ophoping van nitraat in het gewas maakt het gewas aantrekkelijk voor trips. Nitraten (N) dienen omgezet te worden naar nuttige aminozuren. Als de bodem en groei in balans zijn zal je minder aantasting zien.’ Van Laarhoven adviseerde onder andere gedeelde stikstofgift, bladvoeding met sporenelementen en een optimale calcium-magnesium verhouding. Koolgewassen hebben een hoge calcium- en zwavelbehoefte. Verder is het belangrijk dat het gewas niet stil valt in de groei door droogte of onkruidbestrijdingsmiddelen waardoor N gaat ophopen. Ten slotte benadrukt Van Laarhoven het nut van natuurlijke vijanden. Hij adviseert alleen middelen te gebruiken die selectief bestrijden op trips.

Meer informatie in de presentatie 'bemesting kool en de relatie tot trips'.